De afvalmaffia

Bioscoopstoelen en vliegtuigstoelen moeten breder worden. De toegang tot crematieovens en ambulances moet worden aangepast. De veiligheidsgordels in auto’s moeten langer. De injectienaald gaat meestal niet meer helemaal door vetlaag op de billen. We worden dikker.

De strijd tegen het overgewicht is ontketend. Onze buiken moeten teruggedrongen worden zodat we de vorige broek weer passen, want anders kunnen we over twintig jaar het geld niet meer opbrengen om iedereen gezond te houden. Daarom krijgen we werkfruit en op school wordt de schoolmelk vervangen door schoolfruit. We discussiëren over het verbieden van fastfoodbedrijven in de buurt van scholen en willen dat kinderen regelmatig gecontroleerd worden op overgewicht.

In juni kwamen deskundigen uit de hele wereld in Geneve bijeen om over de wereldepidemie te praten. Ze pleiten ervoor overgewicht als een ziekte te zien. Er moet een internationaal deltaplan komen om de vetgolf te beteugelen. Is het echt erg dat we dikker worden? Onderzoek laat zien dat mensen met een bmi tussen 25 en 30 (overgewicht) minder vaak aan hart- en vaatziekten overlijden dan mensen met een bmi tussen 18,5 en 25 ( gezonde gewicht). Dik ongezond? Het lijkt eerder andersom. Zijn al die verhalen over slanker worden en meer bewegen omdat we anders als lemmingen onze ondergang tegemoet gaan, een mythe? Wordt het aangezwengeld door belangengroepen, die ons willen behandelen, ons bepaalde voedingsproducten willen verkopen?

Of hebben we te maken met een paradox en kunnen we de schijnbare tegenstrijdigheden niet oplossen? In het medische vakblad Archives of Internal Medicine van 25 augustus 2008 wordt geprobeerd licht te werpen op deze puzzel. Ondanks overgewicht heeft bijna een derde van de mensen met ernstig overgewicht helemaal geen extra gezondheidsrisico. Maar bijna een kwart van de mensen met wat we normaal gewicht noemen heeft dat wel. Overgewicht – te dik – is een soort versimpeling die we gebruiken en waardoor we volledig uit het oog dreigen te verliezen waar het echt om gaat. Het gaat veel meer om de vetvraag. Niet om ‘ben je te dik?’ maar om ‘Heb je te veel vet?’, ‘Waar zit dat vet?’ en ‘Wat voor soort vet is het?’
 
Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij Gezondheidszorg en Cultuur doceert.