|
|
||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||
|
Afvallen voor geldGeld maakt niet gelukkig, maar het kan wel slanker maken. Mensen die geld krijgen als beloning voor hun afvalsucces, bereiken sneller hun streefgewicht.
Wie een dieet volgt, wordt daar – als het goed is – na een paar weken of maanden voor beloond met een lager gewicht. Geduld is een belangrijke vereiste, want afvallen gaat bepaald niet vanzelf. Ook op dagen dat je er de pest in hebt, moet je doorzetten en weten waar je het voor doet. Helaas zit de mens op zo’n manier in elkaar dat hij snel resultaat wil zien, terwijl dat op de weegschaal ondenkbaar is.
Een dieet is waarschijnlijk makkelijker vol te houden wanneer je op de korte termijn voor je inspanningen wordt beloond. Dit bracht onderzoekers van de Universiteit van Pennsylvania op het idee om mensen te laten afvallen voor geld. Ze ontwierpen twee afslankprogramma’s voor 57 mensen met overgewicht die graag gewicht wilden verliezen. Het doel was simpel: zestien pond verliezen in zestien weken tijd. Het ene programma hield in dat de proefpersonen meededen aan een loterij. Iedere dag hadden zij twintig procent kans om drie dollar te winnen en één procent kans om 100 dollar te winnen. Aan het einde van de maand kregen zij het bedrag uitgekeerd – maar alleen als ze een pond per week hadden verloren. In het andere programma mochten de deelnemers een zelfgekozen bedrag inzetten, variërend van een cent tot drie dollar per dag. Ze kregen het geld plus een passend bedrag extra terug als ze hun doel na een maand hadden bereikt. Een derde groep deelnemers diende als controle en ontving twintig dollar bij het maandelijks rapporteren van het gewicht. De resultaten laten duidelijk zien dat beloningen op de korte termijn heel goed werken. De controlegroep verloor gemiddeld 3,9 pond, terwijl de loterijgroep en de inzetgroep respectievelijk 13,1 pond en 14,0 pond afvielen. Ongeveer de helft van de deelnemers die geld konden winnen, bereikte uiteindelijk het doel van zestien pond gewichtsverlies. Bron: Volpp, K.G. Journal of the American Medical Association, 10 december 2008; vol 300: pp 2631-2637. |
|
||||||||||||||||||

