Overgewicht en eetstoornissen zijn nauw met elkaar verbonden

05-11-2007
 
Eetstoornissen en overgewicht zijn geen twee aparte problemen, ze zijn nauw met elkaar verbonden. In Nederland heeft 5,5% van de adolescenten van 15-24 jaar ondergewicht, terwijl 20,4 procent overgewicht heeft. Het blijkt dat adolescenten met een eetstoornis meer kans lopen op het ontwikkelen van zwaarlijvigheid op latere leeftijd, terwijl overgewicht weer een risicofactor blijkt te zijn voor het ontwikkelen van een eetstoornis.

Uit een studie van The University of Minnesota waarbij meer dan 2500 adolescenten, 5 jaar lang werden gevolgd werden een aantal dingen bevestigd die artsen bij hun patiënten vinden. De studie vond dat 44% van de meisjes en 20% van de jongens of overgewicht hadden, of wel eens extreme maatregelen, zoals braken of het gebruik van laxeermiddelen, genomen hadden om het gewicht in controle te houden. De opmerkelijkste resultaten gaven aan dat destructief gedrag als braken of laxeren zowel voorkomt bij te zware als te dunne tieners en dat de manier waarop een tiener naar zijn eigen lichaam kijkt een grote rol kan spelen in gewichtsproblemen in de toekomst.

Overgewicht en eetstoornissen zijn dus met elkaar verweven en kunnen bij adolescenten dezelfde oorzaken hebben. Zowel eetstoornissen als obesitas ontstaan meestal door een combinatie van psychische, sociale en biologische factoren. Eetstoornissen komen vooral voor in de puberteit en de adolescentie, met name bij meisjes, maar ook jongens kunnen eetstoornissen ontwikkelen. Overgewicht wordt steeds meer gezien bij adolescenten, zowel bij jongens als bij meisjes. Ook blijkt dat jongeren met weinig zelfvertrouwen en een negatief zelfbeeld en lichaamsbeleving, een groter risico lopen op zowel de ontwikkeling van een eetstoornis als het ontwikkelen van overgewicht.

Volgens onderzoekers zal, bij adolescenten, het doordrukken van een dieet waarschijnlijk niet helpen. In plaats hiervan moeten ouders zich richten op het regelmatig hebben van maaltijden met het gezin, het creëren van een positieve atmosfeer tijdens etenstijd, het promoten van fysieke activiteit en het vergoten van het zelfvertrouwen. Hierbij kunnen ouders nog een aantal andere dingen doen:

  • Geef kinderen een vaste eetstructuur mee: drie vaste maaltijden (dus ook een ontbijt) met twee keer een afwisselend tussendoortje (fruit, groenten, een koek).
  • Geniet van eten en bewegen. Samen eten, een mooie presentatie, een aangenaam kader en voldoende tijd maken van een maaltijd een middel om gezond te genieten.
  • Leg niet te veel de nadruk op ongezond eten. Ook kan het verband leggen tussen bewegen en eten aanzetten tot gestoord gedrag wat betreft eten.
  • Hoe kijkt een kind naar zichzelf? Versterk zijn zelfbeeld: benadruk waarin het goed is, zet hem aan om nieuwe dingen uit te proberen en om over moeilijke gevoelens te praten.
  • Een goede preventie van eet- en gewichtsproblemen is niet hetzelfde als waarschuwen voor anorexia, boulimie of overgewicht. Opvoeders en media zoomen te veel in op symptomen en ziektebeelden. Volgens internationaal onderzoek kan dat ziekmakend werken. Sommige tieners beginnen daardoor te overdrijven: te gezond eten, te veel bewegen en gefixeerd zijn op afvallen.

www.ggznieuws.nl Ben ik niet te dik?

www.teleac.nl buitenbeentjes-anorexia

Amy Forliti, THE ASSOCIATED PRESS. Overweight teens face same risky eating behaviours as too-thin peers. Oct. 14, 2007