Buikvet verdubbelt eerder dood gaan
26-12-2008
Extra vet rond het middel geeft een verhoogde kans op hartaandoeningen en diabetes. Een groot onderzoek brengt nu aan het licht dat mensen met een dikke buik ook eerder doodgaan.
Van dikke mensen weten we dat zij vaker met hun gezondheid kampen. Dit geldt vooral voor de appelvormigen onder ons, bij wie het vet zich rond de buik bevindt. Bij hen komen frequenter hartaanvallen, beroertes, diabetes, en zelfs dementie en sommige typen kanker voor. De ‘peren’ daarentegen, met vet op de billen en dijen, hebben veel minder te vrezen.
Nu blijkt ook nog eens dat buikvet een belangrijke risicofactor is voor een vroegtijdige dood. Dit is gebleken uit een van de grootste en langstlopende gezondheidsonderzoeken ter wereld. De onderzoekers volgden welgeteld 359.387 Europeanen gedurende bijna tien jaar. Ze gebruikten de middelomtrek en de taille-heup ratio als maat voor de hoeveelheid buikvet.
Na analyse van de overlijdensgevallen kwam naar voren dat het sterfterisico toeneemt met de hoeveelheid buikvet, ongeacht of iemand overgewicht heeft of niet. De deelnemers met de grootste middelomtrek hadden een tweemaal groter sterfterisico dan degenen met de smalste middelomtrek. Ook de taille-heup ratio bleek een sterke voorspeller te zijn van een vroegtijdige dood.
Het belangrijkste leerpunt is dat niet alleen overgewicht, maar ook de verdeling van lichaamsvet bepaalt hoe oud een mens kan worden. Buikvet zou de grote boosdoener zijn, omdat het voor sterkere ontstekingsreacties zorgt dan vet in andere gebieden van het lichaam. Van het ontstekingsproces veronderstelt men dat het een sleutelrol speelt bij het ontstaan van chronische ziekten.
Denk dus niet te lichtzinnig over je buikomvang, ook als de weegschaal een gezond gewicht aangeeft. De middelomtrek wordt gemeten op het smalste gedeelte van het middel, tussen de onderste rib en de bovenkant van de heup. Voor mannen wordt een grens van 102 cm aangehouden, voor vrouwen geldt een grens van 88 cm. Wie boven deze waarde uitkomt, bevindt zich in de gevarenzone en kan beter afvallen. Daarbij hoeft niet gestreefd te worden naar het figuur van een magere lat, want ook te weinig vet doet je gezondheid geen goed.
Bron: Pischon, T. The New England Journal of Medicine, 12 november 2008; vol 359: pp 2105-2120.
|