|
|
||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||
|
Minder dikke jeugd in beweegvriendelijke wijk10-05-2008
Volgens een studie van TNO heeft de inrichting van stadswijken invloed op de mate van lichamelijke activiteit van de jeugd.
Nederlandse kinderen zijn steeds minder in beweging. Liever besteden zij hun vrije tijd passief achter de computer of voor de televisie dan buiten te gaan touwtje springen. Doordat hun energieverbruik lager is dan hun energie-inname via de voeding, hebben zij steeds vaker overgewicht. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat overgewicht niet alleen samenhangt met deze persoonlijke factoren, maar ook met de omgeving zoals de aanwezigheid van nabije sport- en speelgelegenheden. De onduidelijkheid of dit ook in Nederland geldt, vormde voor TNO de aanleiding om hier een onderzoek naar te starten. De studie werd uitgevoerd in 50 ‘prioriteitswijken’ en vijf controlewijken. In totaal namen 1.228 kinderen van twintig basisscholen uit de groep drie tot en met zeven deel aan het onderzoek. De scholieren hielden allemaal een dagboek bij waarin ze gegevens over hun lichamelijke beweging noteerden. Met een versnellingsmeter werd bovendien bij een aantal van hen de duur en intensiteit van de beweging en het energieverbruik bepaald. Voorts werden van alle kinderen de lichaamslengte, het lichaamsgewicht en de energie-inname vastgesteld. De kenmerken van de bebouwing van de stadswijken verzamelden de onderzoekers door middel van een speciale checklist. In de onderzochte wijken is het aandeel te dikke kinderen veel hoger dan de landelijke aantallen. Van de groep kinderen bleek 31 procent te dik, maar liefst 33 procent van de meisjes en 28 procent van de jongens. Van deze kinderen had negen procent obesitas, een ernstige vorm van overgewicht. Ook concluderen de onderzoekers dat allochtone kinderen beduidend vaker overgewicht en obesitas hebben. Daarbij worden de hoogste percentages gevonden onder de Turkse en Marokkaanse jeugd. Met de mate van lichamelijke activiteit bleek het bij de kinderen ook niet goed gesteld. De norm van gezond bewegen is dagelijks minstens een uur tenminste matig intensieve lichamelijke activiteit. Slechts drie procent van de meisjes en vier procent van de jongens voldeed hieraan. Uit de resultaten valt op te maken dat het type voorzieningen in de stadswijken de mate van lichamelijke activiteit van de kinderen beďnvloedt. Kinderen kunnen beter niet wonen in wijken met veel hondenpoep en druk en zwaar verkeer. Een omgeving met sportvelden, laagbouw, woonerven en woongebieden met minder toegang voor auto’s en gegroepeerde parkeerplaatsen, groen en water zijn daarentegen geschikter. Of deze voorzieningen daadwerkelijk bijdragen aan meer lichamelijke beweging, zal TNO na herinrichting van de proioriteitswijken nader onderzoeken. Bronnen: - ‘Kinderen in stadswijken’, www.tno.nl |
|
||||||||||||||||||

