|
|
||||||||||||||
Beeldschermtijd onder tieners schrikbarend hoog04-04-2008 Uit Canadees onderzoek blijkt dat de tijd die sommige tieners voor de tv en achter de computer doorbrengen overeenkomt met een fulltime werkweek. Op een conferentie van de American Heart Association (AHA) zijn onlangs de resultaten gepresenteerd van een onderzoek onder bijna 1300 Canadese tieners naar de tijd die zij besteden aan tv kijken en computeren. Wetenschappers van de University of Montreal volgden de scholieren van verschillende middelbare scholen gedurende een periode van vijf jaar. De tieners werd gevraagd om viermaal per jaar een gedetailleerde vragenlijst in te vullen over uiteenlopende onderwerpen, waaronder hun tijdsbesteding. Met ruim zestig procent bracht de meerderheid van de kinderen ongeveer twintig uur per week door achter een beeldscherm, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan tv kijken, maar ook aan computerspelletjes spelen en internetten. Eenderde vermaakte zich bijna 40 uur per week met deze bezigheden. Het aantal kinderen dat wekelijks zelfs vijftig uur of langer aan een beeldscherm zat gekluisterd, bedroeg tussen de zeven en tien procent. Kinderen die opgroeien in een gezin met een lagere sociaal-economische status blijken fanatiekere beeldschermkijkers te zijn dan kinderen die in een beter milieu leven. Deze getallen druisen compleet in tegen de aanbevolen beeldschermtijd volgens de Canadian Pediatric Society, die het op een maximum van een kleine twee uur tv kijken per dag houdt. Naarmate deze tijdsduur toeneemt, wordt de kans op de ontwikkeling van overgewicht bij kinderen groter. Overgewicht is namelijk een optelsom van twee dingen: te veel eten en te weinig beweging. Om te voorkomen dat kinderen te dik worden, zal men op de eerste plaats de grootste probleemgroep moeten aanpakken: de kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Verder onderzoek naar de samenhang tussen de sociaal-economische status en de beeldschermtijd zou tot een beter begrip van het gedrag van de tieners moeten leiden. Op basis daarvan bestaat vervolgens de mogelijkheid om de tieners te helpen tijd te investeren in alternatieve bezigheden. Niet iedereen is overtuigd dat deze typische tijdbesteding van de kinderen simpelweg samenhangt met hun lage economische status. Bovendien zou de gedachte onjuist zijn dat overgewicht vooral onder kinderen uit lagere sociale milieus de pan uitrijst. Wanneer men namelijk op internationaal niveau kijkt naar overgewicht onder kinderen, valt meteen op dat kinderen uit alle lagen van de bevolking te dik worden. Zaken zoals inkomen, opleiding, huidskleur of streek van herkomst blijken dan niet bepalend te zijn. Het zal nu dus zaak zijn om kinderen te stimuleren om hun tijd in andere hobby’s te steken, waarbij natuurlijk ook een grote rol is weggelegd voor de ouders. Waarschijnlijk hebben tegenwoordig nog weinig ouders weet van het aantal uur dat hun kind bewegingloos naar een beeldscherm staart. Wanneer zij zich bewust zullen zijn van het ongezonde aspect van deze ‘hobby’, kunnen zij helpen om concrete alternatieven te bedenken. Lid worden van een sportclub bijvoorbeeld, of een cursus tekenen gaan volgen. Alles is beter dan urenlang als een zoutzak naar een beeldscherm zitten kijken. |
|
|||||||||||||