Junkfood tijdens zwangerschap kweekt dikke kinderen

23-10-2007

Zwangere vrouwen die veel junkfood eten, creëren hierdoor bij hun kroost mogelijk de onweerstaanbare trek in vette en suikerrijke voeding.

Een onderzoek bij ratten heeft het idee versterkt van het bestaan van ‘fetal programming’: de gezondheidstoestand van kinderen zou mede beïnvloed worden door bepaalde blootstellingen tijdens de periode van zwangerschap. Britse onderzoekers van de Royal Veterinary College in Londen hebben het bewijs geleverd dat de jongen van vrouwelijke ratten die junkfood aten tijdens de dracht en de lactatie de voorkeur gaven aan vet- en suikerrijk voedsel met een laag eiwitgehalte. Het is niet verrassend dat deze jonge ratjes gemiddeld zwaarder werden dan de ratjes van welke de moeder een normaal rattendieet volgde. Om tot deze conclusie te komen heeft men een aantal zwangere ratten in twee groepen verdeeld. De eerste groep kreeg de keuze tussen normaal rattenvoedsel en rattenjunkfood. Dit laatste bestond uit met jam gevulde donuts, marshmallows, chips, chocoladerepen en kaas. De tweede groep diende ter controle en kreeg enkel het rattendieet aangeboden.

Ratten blijken – net als de meeste mensen – junkfood heerlijk te vinden en daarom was het niet verrassend dat de ratten die de keus hadden er massaal op af gingen. Na de geboorte bleek ook het nageslacht van deze ratten erg van junkfood te houden. Ook de babyratjes uit de controlegroep bleken niet vies van een stukje donut of chocolade. De kleine ratjes uit de junkfood-groep schrokten echter grotere hoeveelheden zoetigheid en vettigheid naar binnen dan het nageslacht van de moederratten die tijdens de dracht en de lactatie geen junkfood hadden gegeten.

Eetgedrag bij zwangere vrouwen en dikke kinderen
De wetenschappers denken dat zich een dergelijke ontwikkeling zou kunnen voordoen tijdens de zwangerschap bij de mens. Vrouwen die zwanger zijn en zich tegelijkertijd te goed doen aan allerlei ongezond, dikmakend voedsel, zouden overgewicht bij hun kinderen op overeenkomstige wijze in de hand kunnen werken. Natuurlijk moeten we in de kantlijn aantekenen dat het onderzoek niet met mensen is uitgevoerd, maar met ratten. Toch ligt de fysiologie van deze twee organismen niet ver van elkaar af en toont deze genoeg overeenkomsten om hier conclusies over de mens uit te trekken.

Men denkt dat blootstelling van de foetus aan vet bepaalde hormoonreceptoren activeert die effect hebben op de opslag van energie in het lichaam. Het is een mogelijkheid dat een kind door een abnormaal grote blootstelling aan vet een grotere vetvoorraad opbouwt dan een kind dat in dit opzicht een normale zwangerschap doorloopt. Vetcellen geven op hun beurt weer een hormoon af dat aanzet tot honger en dus veel eten. Een dik kind is dan al snel het gevolg.

Dit is niet de eerste keer dat gebleken is dat voeding tijdens de zwangerschap zijn weerslag toont op het lichaamsgewicht van het kind. Meerdere malen is bijvoorbeeld bewezen dat zwangere vrouwen die aan ondervoeding lijden een grotere kans hebben op het krijgen van kinderen die in hun lichaam grote vetvoorraden vormen. Dat ook de recente Britse studie het belang van een gezond dieet tijdens de zwangerschap benadrukt ter voorkoming van overgewicht, wil echter niet zeggen dat de moeder de enige schuldige is wanneer zij dikke kinderen heeft. Het ontstaan van overgewicht zit namelijk ingewikkeld in elkaar en hangt van vele elementen af. Er kan sprake zijn van een erfelijke factor, maar vooral externe omstandigheden spelen een grote rol. De voeding en hoeveelheid lichaamsbeweging van het kind zijn de belangrijkste hiervan. Natuurlijk neemt dit niet de reden weg om tijdens de zwangerschap gezond te eten en er ook na de geboorte op toe te zien dat het kind goed eet. Een echte voorbeeldmoeder raakt ook na haar zwangerschap zo min mogelijk junkfood aan en voorkomt daar in ieder geval mee dat haar kind ook zonder geactiveerde hormoonreceptoren geen junkfoodverslaving krijgt.

Geïnspireerd door: ”Eating junk food for two may program baby for lifetime of junk cravings: study”, Helen Branswell, 14 augustus 2007 (http://chealth.canoe.ca)