Weinig bewegen geen verklaring voor overgewicht
12-12-2008
Zolang de overgewichtepidemie al bestaat, is er een discussie gaande over de vraag wat de oorzaak is van dik worden. Te veel eten, te weinig bewegen of beide? Beweging blijkt volgens recent onderzoek echter nauwelijks een rol spelen.
Het straatbeeld in de Verenigde Staten en West-Europa wordt steeds meer bepaald door dikke mensen. Waar is het misgegaan? Wetenschappers breken zich nog steeds het hoofd over de verklaring voor de vetzuchtepidemie. Door de opkomst van uitvindingen zoals de auto, televisie en computer lijkt een tekort aan lichaamsbeweging voor de hand te liggen. Prof. Klaas Westerterp van de Universiteit Maastricht en zijn collega prof. John Speakman van de Universiteit van Aberdeen denken daar anders over. ‘Wij hebben sterke aanwijzingen dat deze verklaring onjuist is’, zo schrijven zij in hun artikel in het International Journal of Obesity.
Volgens de twee hoogleraren wijst alles er op dat er niets mis is met de lichamelijke activiteit van de westerse mens. Dit blijkt uit een analyse van het energieverbruik van Nederlandse en Amerikaanse proefpersonen, waarbij gebruik werd gemaakt van de ‘tweevoudig gemerkt-watermethode’. Dit houdt in dat de deelnemers water met gemerkte stoffen te drinken kregen, waarna met een urinemonster werd gemeten hoe snel de stoffen uit het lichaam verdwenen. Dit is een precieze maat voor het energieverbruik onder dagelijkse leefomstandigheden. De metingen wezen uit dat we sinds de jaren tachtig niet minder zijn gaan bewegen, maar zelfs een klein beetje meer. Bovendien kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat er qua energieverbruik tussen westerlingen en inwoners van de Derde Wereld amper verschillen bestaan.
Volgens Westerterp en Speakman is ons energieverbruik ook niet veel verschillend van dat van in het wild levende landzoogdieren. Volgens een onderzoek uit 2005 zouden mensen juist minder actief zijn dan andere zoogdieren. Bij de berekeningen is toen echter niet gecorrigeerd voor de extra energie die kleinere zoogdieren nodig hebben om op temperatuur te blijven. Aangezien mensen kleding dragen, hoeven zij hier minder energie voor te gebruiken.
We zouden het antwoord dus meer moeten zoeken in het veranderde eetgedrag. Toch zijn er veel onderzoeken gepubliceerd die er op wijzen dat de energie-inname uit de voeding in westerse landen tussen 1970 en 2000 niet is toegenomen. Maar er zit een addertje onder het gras, want de conclusies zijn vooral gebaseerd op zelfrapportage. Hoe betrouwbaar zijn die eigenlijk? Deze onderzoeksvorm draagt namelijk twee mogelijke foutenbronnen met zich mee. Ten eerste kunnen mensen hun consumptie onderrapporteren, zoals waargenomen bij bejaarden en mensen met obesitas. Daarnaast kunnen deelnemers tijdens de onderzoeksperiode minder gaan eten, omdat ze liever sociaal wenselijke antwoorden geven.
De waarnemingen leiden tezamen tot de conclusie dat het toenemende overgewicht in de westerse wereld samenhangt met de toenemende voedselconsumptie. We zijn bijvoorbeeld steeds meer buitenshuis gaan eten, en met de grote restaurantporties leidt dit al gauw tot overeten. En wat te denken van de liters frisdranken die we met z’n allen opdrinken? Ongemerkt vloeien de calorieën naar binnen, terwijl de consumptie van andere voedingsmiddelen onveranderd blijft. Zo zijn er nog wel meer mogelijke oorzaken te bedenken. Aan onze luie leefstijl lijkt het volgens de heren Westerterp en Speakman in
ieder geval niet te liggen.
Bronnen:
- Westerterp, K., Speakman J., Journal of Obesity, 2008; vol 32: pp 1256-1263.
- Hayes, M., Chustek, M., Heshka S. et al, International Journal of Obesity, 2008; vol 29: pp 151-156.
|