|
|
||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||
|
Schoolprogramma tegen overgewichtKinderen worden steeds dikker en als er niets aan gebeurt zullen we daar in niet de niet al te verre toekomst grote gezondheidsgevolgen door ondervinden. Natuurlijk allereerst op individueel niveau. Die kinderen worden jonge volwassenen die een veel grotere kans hebben op diabetes type 1. Geschat wordt dat het aantal diabeten in Nederland van 800.000 zal stijgen naar 1,3 miljoen. Maar dat heeft ook ongelooflijke gevolgen voor de kosten van de zorg en die zal uiteindelijk onbetaalbaar worden. Beleidsmakers zijn nog niet veel verder gekomen dan vrijblijvende campagnes om mensen meer te laten bewegen en ze zoeken hun heil in programma’s op school zodat kinderen beter weten wat gezonde voeding is en gezonder zullen gaan leven. Onderzoek van het Instituut van Extramuraal Geneeskundig Onderzoek (EMGO) van het VU Medisch Centrum laat zien dat het niet zo simpel op te lossen valt (Archives of Pediatric and Adolescent Medicine 2009;163:309). Op 10 middelbare scholen kregen 1000 scholieren speciaal onderwijs in biologie en lichamelijke opvoeding. De school moest bovendien meer aandacht geven aan gymnastiek en het aanbod van snoep op school verminderen. Het werd vergeleken met 8 scholen waar deze dingen niet gebeurden. Na 20 maanden was er nauwelijks verschil. Op alle 8 scholen nam tailleomvang, de BMI en huidplooidikte (een maat voor het onderhuidse vet) toe, maar op de 8 scholen op sommige punten ietsepietsje minder dan op de projectscholen. Alleen bij de meisjes was er bijvoorbeeld een licht verschil in toename van de huidplooidikte. Bij jongens was de tailleomvang iets minder op de projectscholen. De uitkomsten stemden de onderzoekers optimistisch over dit soort projecten, maar de onafhankelijke commentatoren in het artsen vakblad zien dat heel anders. Ze vinden de effecten beperkt en onvoorspelbaar. Ze zijn er niet van overtuigd dat de verschillen aan het lesprogramma te danken zijn. Als de hele omgeving dik maakt, dan heeft het volgens hen geen zin daar een enkel onderdeel in te veranderen. Bovendien bleek dat het project dat goedkoop moest zijn, uiteindelijk veel kostbaarder was dan gedacht omdat de lessen intensief moesten worden voorbereid. Leerkrachten hadden er veel meer werk door. Het gebruiken van snoep of frisdrank bleek aan het eind van de projectperiode tussen beide groepen trouwens niet te verschillen. |
|
||||||||||||||||||

