|
|
||||||||||||||||
|
||||||||||||||||
|
Meer vrouwen dan gedacht hebben overgewicht17-05-2010 In Nederland heeft ongeveer 40 procent van de volwassen vrouwen overgewicht. Het percentage mannen dat te zwaar is, is nog wat groter. Om vast te tellen of er sprake van overgewicht is wordt de Body Mass Index (BMI) gebruikt. Die gaat ervan uit dat er tussen lengte en gewicht een zekere verhouding moet bestaan. Het is een grove maat. Heel lang en zwaar is inderdaad iets anders dan klein en een gemiddeld gewicht. Dat kun je dan met de BMI wel een beetje onderscheiden, maar ook niet veel meer dan dat. Als preciezere methoden gebruikt worden verandert het beeld. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) gebruikt bijvoorbeeld een lichaamsvetanalyse om vast te stellen of er sprake is van overgewicht. Voor vrouwen tussen 15 en 50 jaar blijkt dat veel verschil te maken. Als naar de Amerikaanse situatie wordt gekeken, dan blijkt bijvoorbeeld dat als de internationale richtlijnen van de WHO gebruikt worden ineens dat de helft van de vrouwen die volgens die internationale richtlijnen overgewicht hebben, hebben dat als de BMI gebruikt wordt niet. Zou je dat op de Nederlandse situatie willen toepassen, dan moet je misschien met 50 in plaats van 40 procent volwassen vrouwen met overgewicht rekening houden. Wat maakt het uit? Het is belangrijk omdat een aantal vrouwen een bepaald risico lopen terwijl ze daar geen rekening mee houden. Het is onhandig als je je ten onrechte veilig waant. Misschien helpt het als je beseft dat je toch wat aan je gewicht zou moeten doen. Het kan helpen om het besluit te nemen om du gezonder te gaan leven. Wat steeds duidelijker wordt is dat de BMI wel heel gemakkelijk kan worden vastgesteld – het is een simpele formule – maar dat hij niet echt voldoet. Het meten van de buikomvang is een preciezere maat om erachter te komen of je een verhoogd risico op hart- en bloedvatziekten hebt. |
|
||||||||||||||

